9 mei 2006 (JETTE)
OPINIE (Werner Daem)
1-meitoespraak Werner Daem (SP.a Jette) door en door Rood
Eerste schepen van de Brusselse gemeente kritisch over vernieuwingsoperatie SP.a
In zijn 1-meispeech heeft
Werner Daem de hele "vernieuwingsoperatie" van de socialistische partij
onderuit gehaald. "Waarom staat de 'a' in SP.a niet voor 'arbeid'? Die
merknamen van tegenwoordig, die als bedoeling hebben mensen aan te
trekken, hebben geen betekenis. Trouwens, "arbeid" is toch
véél meer dan waar een "minister voor werk" tegenwoordig
voor staat, nl. het werkloosheids- en activeringsbeleid." Hij pleit
ervoor om de partij opnieuw in handen te geven van de werkende
bevolking. En 1 mei, dat is ónze feestdag! Eind maart sloot de
ganse afdeling van SP.a Jette - de grootste afdeling uit het gewest -
zich aan bij SP.a Rood.
Zijn volledige speech lees je hier:
Kameraden, Gezellinnen
Het is een ouderwetse
naam, we gebruiken het in de sp.a niet veel meer, ook niet op het 1 mei
feest maar het is dan ook een ouderwets feest. Stel u voor: het Feest
van de Arbeid. Een feest dat uit de negentiende eeuw stamt. De
arbeiders waren toen letterlijk de “verworpenen der aarde”
en hadden niets te zeggen. 1 mei was vooral een strijddag, een dag om
de eisen van de arbeiders te stellen, maar ook een feestdag, een dag om
eens te tonen dat arbeiders ook trots konden zijn.
Maar tegenwoordig, wat
wil een feest van de arbeid nog zeggen? Het woord arbeid zelf klinkt al
verouderd. Er is zelfs geen minister van Arbeid meer. Zo iemand heet nu
minister van Werk. Blijkbaar omdat hij vooral werk zoekt voor
werklozen. Da’s mooi, dat is zelfs heel belangrijk, maar Arbeid
was of is veel meer dan dat. Denk aan arbeidsomstandigheden,
arbeidsvreugde, arbeidsinkomen. En vooral arbeiders. Ook zo’n
verouderd woord. Wie wil er nog arbeider genoemd worden?
En toch zijn er nog altijd arbeiders Mensen die van hun arbeid leven. En daar gaat het om.
De laatste 15 jaar wordt
regelmatig gezegd dat de socialistische partij haar banden met de
arbeiders verloren heeft. Vooral omdat heel wat arbeiders zijn gaan
stemmen op een andere partij, een partij die niet opkomt voor de
arbeiders, maar voor de arbeiders van het “eigen volk”, dus
die arbeiders die mogen stemmen.
Het maakt deel uit van
een algemeen verschijnsel, die alle “gewone”partijen
aantast. Elke partij wil haar aanhang zien uitbreiden en gaat daarom
vernieuwen. Om zich aantrekkelijk te maken, worden namen gewijzigd,
nieuwe kleurtjes, nieuwe etiketten ingevoerd. Daarvoor doen we beroep
op reclamejongens. We hebben er zelf een tot voorzitter gemaakt. Maar
let op, we zijn niet de enige. Kijk naar de namen van de partijen. Ze
zijn langs Vlaamse kant allemaal en langs Franstalige kant bijna
allemaal veranderd de laatste tien, vijftien jaar. Er zijn naast
letters allerlei tekens bijgevoegd: uitroepteken,
“en”-teken… De SP heeft hetzelfde gedaan en zich
omgedoopt tot es-pee-punt-aa, met kleine letters en als het kan met een
speciaal lettertype. Waarom kleine letters en waarom dat punt, dat weet
ik nog altijd niet. Als men merknamen invoert, moet het niets
betekenen, het moet alleen maar goed klinken. Het Gemeentekrediet is nu
Dexia geworden en niemand weet wat Dexia is. Net zoals de Onderlinge
Maatschappij der Openbare Besturen, de OMOB, nu Ethias is. Wat betekent
dat? Niets. Dexia, Ethias.... het klinkt vlot en er komt een a in voor.
Misschien daarom die “a” in sp.a? Die a staat voor
“anders”, ook wel “alternatief”(wat eigenlijk
hetzelfde betekent). Waarom staat het niet voor “arbeiders”?
De socialisten hebben
zich altijd progressief genoemd. Gisteren en vandaag. Een eeuw geleden
was de emancipatie van de arbeiders zonder twijfel iets progressiefs.
Maar vergeleken met toen zijn de arbeiders er geweldig op vooruitgegaan
Het klinkt in
progressieve groepen niet eens zo progressief meer om over arbeiders te
praten. De meeste arbeiders hebben een huis, een auto en televisie, en
ze kunnen elke dag biefstuk eten. Het biefstukkensocialisme is allang
gerealiseerd. Voor de progressieve mens is een arbeider zelfs een
ouderwets iets, een beetje reactionair.
Arbeiders leven niet zo
gezond. Veel biefstuk en friet eten is ongezond, Arbeiders roken meer
dan de gemiddelde bevolking. Roken is zeer ongezond. Ze drinken
gemiddeld meer pinten dan de gemiddelde bevolking en ook dat is
ongezond. Straks krijgen ze nog de schuld dat het zo slecht gaat met de
ziekteverzekering. Maar trek u niets aan: er mag binnenkort bijna
nergens meer gerookt worden, dus dat probleem verdwijnt vanzelf. Over
twintig jaar worden kinderen wellicht aangezet om hun ouders aan te
geven als die thuis nog roken. Wie te vet eet, krijgt straks last met
de mutualiteit als zijn body mass index niet goed is. En vroeg of laat
zullen ze ook iets doen tegen pinten pakken. En dan zullen ze
verontwaardigd zijn dat er weer zoveel mensen meer hun stem op een
protestpartij uitbrengen.
Arbeiders rijden ook veel
met de auto. Ook dat mag bijna niet meer. Net als Pascal Smet (en zelfs
voor hem) ben ik een groot voorstander van openbaar vervoer en fietsen.
Maar daarom moeten we niet neerkijken op arbeiders die met de auto
rijden naar hun werk. Veel fabrieken liggen op afgelegen terreinen en
arbeiders moeten soms op onmogelijke uren beginnen werken, zeker als ze
in ploegen werken. Trouwens, een auto hebben en ze niet gebruiken kost
ook geld. Hoeveel keer hebben we al gehoord dat men het rijden met de
auto duurder moest maken, maar het bezit van de auto goedkoper?
Arbeiders kijken ook meer
naar stomme TV-programma’s dan de gemiddelde bevolking. Ze zijn
dus verantwoordelijk voor de VTM-isering. Misschien, maar dat soort
TV-programma’s dat door intellectuelen wordt afgekeurd is precies
ontwikkeld voor mensen die naar TV-kijken omdat ze na een dag hard
werken te moe zijn om nog iets anders te doen. Mensen die dan nog vroeg
op moeten en niet kunnen opblijven om na elf uur een documentaire over
het seksleven van de duizendpoot te bekijken. Bovendien, het zijn niet
de arbeiders die al die TV-programma’s bedenken en aanbieden.
Kortom, een progressieve
politiek lijkt soms haak te staan op wat de arbeiders doen en willen.
Alleen op sociaal-economisch terrein leek het tot voor kort nog dat een
progressief beleid toch wel achter de arbeiders zou staan. Maar vorig
jaar hebben we het moeten meemaken hoe arbeiders op straat kwamen om te
protesteren tegen het Generatiepact van de regering. De mogelijkheden
voor vroeger pensioen en brugpensioen verminderen? Ga dat eens
uitleggen aan een arbeider die al 35 jaar werkt in een lawaaierige
ruimte bij een vuile machine. Het is normaal dat de arbeiders, via de
vakbonden, daartegen geprotesteerd hebben. Een krant die zich vroeger
progressief noemde, beschuldigde de vakbonden van demagogie. Tot daar
dan nog. Maar dat het tot zo’n breuk kwam tussen de vakbonden en
de partij, dat was iets dat vele arbeiders niet begrijpen. De sp.a
heeft dat blijkbaar nog onvoldoende begrepen. Dat hebben we nog sterker
gezien met het jongste ideologisch congres. Daar kregen allerlei
groepen en bewegingen die weinig of niets met de arbeiders te maken
hebben meer spreektijd en armslag als de vertegenwoordigers van de
basis.
Heeft de partij dan niets
meer aan de arbeiders te bieden. Natuurlijk wel. Maar dan moeten we wel
af van het volgen van een logica waar iedereen lijkt in te volgen. De
logica dat de enige uitkomst bestaat in steeds meer vrije concurrentie
op alle gebied. Ik ga hier niet gaan uitleggen waarom we die weg niet
zomaar moeten volgen, maar iedereen kan het begrijpen. Straks moet de
post competitief zijn voor de vrije concurrentie. Wat is het gevolg?
Postkantoren sluiten en postbussen worden weggenomen. En minder jobs in
de post.
Laten we dan ook opkomen
voor de belangen van de arbeiders, van de mensen die leven van een
inkomen door arbeid. Dat houdt in dat we moeten ingaan tegen de
belangen van andere groepen. Vroeger noemden ze dat klassenstrijd. Maar
wie zijn geld uit kapitaal haalt heeft nu eenmaal andere belangen dan
wie zijn geld uit arbeid krijgt. Kijk naar de beurs. Een jaar geleden
bereikte de BEL 20 net de 3000 punten. Nu is dat bijna 4000 punten, dus
een derde meer. Wie al zijn geld op de Brusselse beurs belegd heeft, is
ongeveer een derde rijker geworden. Intussen zeggen de patroons dat de
lonen in ons land te hoog zijn. Er worden overal werknemers afgedankt,
maar de winsten stijgen als nooit tevoren. Het belang van de
loontrekken, zeg maar de arbeiders, ligt dus anders. Het is in de
eerste plaats aan ons om dat belang te verdedigen.
Daarom mijn oproep: geef
de partij terug aan de arbeiders. Het is belangrijk dat de stem van de
arbeiders in de sp.a wordt gehoord. Belangrijk voor de arbeiders.
Belangrijk voor de democratie, want alleen zo kunnen we beletten dat er
steeds meer wordt gestemd uit protest en ontevredenheid. En belangrijk
voor de partijwerking zelf. De socialistische partij is altijd een
massapartij geweest, maar die massa is de laatste jaren danig
verminderd. Ook op partijvergaderingen zelf. Er wordt geklaagd dat de
congressen nu al gedomineerd worden door mensen die door de partij zelf
betaald worden en uit de hand van de partijleiding eten. Niet dat dit
slechte mensen zijn, maar dit is geen gezonde situatie. Als dat zo
doorgaat, vervalt onze 120 jaar oude partij tot een apparaat dat alleen
nog door zichzelf gecontroleerd wordt en losstaat van de
samenleving. Een bedrijf dat steeds meer in termen van marketing denkt
en minder in termen van ideologie. Dat is echter nog niet het geval in
vele afdelingen, waar de stem van de arbeider, van het gewone volk
blijft klinken.
|